DE KAASBARON - ONZE RIJKE HISTORIE

De oorsprong
Op het Zuid in Drachten is waar de handel begon.
Mijn opa en oma destijds woonden in een boerderij op het Zuid in Drachten. De koopmanschap zat bij hun beide in het bloed. Tijdens de tweede wereld oorlog werden Jan, Riemco en Anne geboren.
In de oorlogstijd kwam de boerderij tot leven. Mijn opa en oma (Aljen en Riempkje) hadden onderduikers en deze hielpen mee op de boerderij.
Door de ontstane hongersnood kwamen er veel mensen langs voor een kip en een ei.
Oom Piet zal ik nooit vergeten. Hij zat bij de ondergrondse en in het verzet tegen de Duitsers. Hun grootste verzet heeft toen flinke klappen uitgedeeld waaronder een overval op het bonnenkantoor in Drachten waarbij bijna de volledige voorraad bonnen (alles was op de bon) werd meegenomen.


Oom Piet is na de oorlog, samen met Annie, verhuisd naar Australië en zijn daar getrouwd.
Ze kwamen regelmatig terug naar Nederland om ons een bezoek te brengen. Oom Piet is onlangs, in Nederland, gestorven op een leeftijd van 107 jaar. Ik ben geboren in 1970 en luisterde altijd geboeid naar zijn levensverhalen. Vooral het verhaal dat de Gestapo de boerderij overviel en deze niets konden vinden. Hij was een heldhaftige strijder en mijn opa en oma niet minder! Dankzij de boeren was er brood op de plank voor hun die toen honger leden.


Na de oorlog
Met onder andere gelden uit het verzet kon mijn opa de boerderij voortzetten. Er zat een groot landgoed om de boerderij heen. Hij kocht in de loop van de tijd paarden en koeien, fokte konijnen voor de slacht en bouwde 3 kippenstallen en onderhield een bloementuin. De jongens groeiden op tot mannen.
Jan zag het werk op de boerderij niet als zijn toekomst en werd automonteur en is nu klokken,- horloge maker pur sang.
Riemco verhuisde naar Eindhoven en ging aan de slag bij Philips.
Mijn vader, Anne, bleef in Drachten op de boerderij want hij was verliefd geworden op een meisje uit de buurt met de naam Tineke.
Vanuit de boerderij kwam het initiatief om met de waren die het opbracht langs de huizen te gaan en het venten was een middel om de verkoop uit te breiden. Vooral eieren en braadkuikens en melkbussen vol verse melk werden met paard en wagen langs de huizen verkocht in de omstreken.
Het was hard werken. 's Nachts de kippen vangen en eieren rapen en voor dageraad zorgen dat de kar weer gevuld was met kakelverse producten. Nachtrust bestond toen niet. Een dutje tussen de kippen was voor hun toen heel normaal.


Eenmaal, andermaal na een dag venten kwamen de centen aan de grote tafel in het voorhuis op tafel. Opa telde alles nauwkeurig en onder het genot van een glas warme verse koemelk werd de kas opgemaakt. Terwijl de knecht van de buurman keihard lange dagen moest werken voor dezelfde centen verdienden hun toen per uur veel beter.
"Beter een kleine koopman dan een grote arbeider" zei mijn opa altijd.


Investeren
Riemco zag het bij Philips in Eindhoven niet meer zitten en kwam weer op de boerderij terecht.
Doordat hij wat meer van de wereld had gezien kwam hij met nieuw gedachtengoed terug en ook in hem zat het koopmanschap
"We gaan een winkel beginnen", zei hij.
Maar er was destijds al geïnvesteerd, en behoorlijk ook. Het gebied waarin onze waren werden gevent werd steeds groter door een groeiende vraag van huishoudens om langs te komen. Het was met paard en wagen niet meer doen.
Met al de opbrengsten van het paard werd er een auto aangekocht. Daarnaast werd er in de boerderij in het achterhuis hard gewerkt om daar een boerderijwinkel te openen. Al met al duurde het niet lang of er stond een bord bij de weg op het Zuid: 'Winkel geopend'. Vanaf aanvang was het er altijd gezellig en het liep goed. Het venten ging door en in de winkel kwamen er nieuwe mensen en bezoekers. Alles wat de boerderij opbracht werd er verkocht tot bloemen aan toe.
Mijn oma maakte het gezellig en haast bestond nog niet. Iedereen was van harte welkom en mocht blijven hangen.
Ook in de buurt begonnen boeren uit te breiden. De buurman kocht er een stapel stamboekvee bij en begon op kleine schaal de melkopbrengst te verkazen.
En zo kwam er langzamerhand ook boerenkaas bij ons op de winkelplank terecht.


1967  

Intussen op de boerderij werken Anne en Riemco verder om verkoop van het venten en de boerderijwinkel uit te breiden. Er bestond in de omgeving van Drachten nog geen week,- of warenmarkt. De tijd vloog voorbij. Het werd menens voor de mannen  om hun relatie serieus te nemen.  Tijd om geleidelijk het landgoed te verlaten om ergens anders hun gezin te stichten wat voor alle drie een huis in Drachten werd. Riemco trouwde Ytie en Anne trouwde Tineke. Jan flirtte nog weleens met Tineke wie nu mijn lieve moeder is. Hij was gek van auto's en in zijn MG wist hij Hillie te versieren en ze zijn tot op de dag van vandaag gelukkig bij elkaar.

 

1970
Mijn geboortejaar. Ook het jaar waarin onze markten zo langzamerhand begonnen te ontstaan. Een geboorte. Als eerste de markt in Drachten. Daarna volgden Buitenpost en Surhuisterveen al snel. Na heel veel geharrewar over een officiële markt werden deze omstreeks 1975 erkend bij de desbetreffende gemeentes (archief)
Er kwam veel gruis over de handelaren heen door de zittende middenstand in deze dorpen. Na verloop van tijd zagen hun ook in dat een weekmarkt de bestaande middenstand versterkt! De weekmarkt in Buitenpost bestond in 1975 uit 46 kramen waarvan er tegenwoordig nog 5 van zijn overgebleven. Wat is daar gebeurd?
Naast al het werk en de opbrengsten vanuit het werk op de boerderij was het lonend om deze markten wekelijks te bezoeken. Er zat groei in.
Deze drie markten die we resp. bezochten op Zaterdag, Donderdag en Zaterdagmiddag kwamen steeds meer in de belangstelling bij de lokale inwoners en de omgeving.

 

Doorzetters beginnen hun succes waar anderen de moed verliezen

Het boeren op de bestaande weekmarkten ging behoorlijk goed. Ook in Joure en Burgum, Ureterp en Kollum en Sneek werden markten opgericht. Het ging allemaal moeizaam met vergunningen en bestaansrecht maar uiteindelijk na trouw te zijn werden ook deze markten gerespecteerd en de middenstand werd in omvang groter. Hierdoor kwam er meer roering in deze dorpen. Het duurde een paar jaren en inzet om er leven in te krijgen. Maar tot aan de dag vandaag zijn deze weekmarkten nog steeds levendig en meeste die we al meer dan 50 jaar daggetrouw bezoeken. Behalve Ureterp, Sneek en Kollum kwamen voor ons op den duur niet meer in aanmerking.

 

Winkelen

In de jaren 80 ging het los. De centra van vele dorpen en steden vielen omhoog en de ene naar de ander winkel werd gebouwd en geopend. Ze schoten als onkruid uit de grond (paddenstoelen mag ook gezegd worden). Ook wij kregen hier lucht van. Het was niet het idee om groots uit te pakken maar een winkel in Drachten zou de markt op de Zaterdagen een goede ondersteuning geven. En dat bleek zo te zijn. Zonder dat de weekmarkt op Zaterdagen in Drachten en Surhuisterveen terug liepen ging de winkel ook doordeweeks lopen als een tierelier. Ook in deze maakten we destijds gebruik van een goede samenwerking in een formule van "Best shops in Town". Van onze kiosk naast de C&A konden we, vooral op zaterdag de handel verkopen visa versa. Zo bleef alles vers en fris.
"Shop in shop" kwam als trend opzetten. Achteraf een verkeerde keuze. Op de Kaden in Drachten zat een vers straat met bakkers, slager en groenteboer. De groenteboer daar had ruimte in het winkelpand om op te vullen. We hapten toe en in afzienbare tijd een tweede winkel in een winkel met kaas en een notenbar. Bakkers, slager, AGF en Kaas zou een goede mix moeten zijn. Hier hebben we de handdoek al snel in de ring moeten gooien. Kaas is een "luxe". Vlees, groenten en brood heeft iedereen in welke klasse dan ook primair (schijnbaar) nodig om in leven te blijven.

 

Brood op de plank

Met de markten en de winkel werd er voldoende verdiend om een plakje kaas op de boterham te hebben. Een VOF werd opgericht en er werden drie gezinnen uit gevoed.
Anne en Riemco waren de vennoten en Aljen mijn broer was medewerker. Het was werken geblazen. Jaren hebben ze op deze wijze samen gewerkt. Partijen kaas werden er verkocht, we kochten voorraden op en konden deze voor "op de markt is uw gulden een daalder waard" verkopen. Dat was toen heel normaal. Je ging naar de weekmarkt omdat het echt veel goedkoper was. Aan het eind van de markt konden we de gekneusde eieren en de stompe punten kaas wel kwijt aan de opkoper die dan langskwam.

 

Er kwam verandering in 1990.

Nadat we er een Spykstaal (zelfrijdende) wagen op na hielden kon het werken op kramen voorgoed van het toneel verdwijnen. Mede door de investering in een klepwagen konden we twee markten bezoeken op een dag. Echter de zelfrijdende wagen vertoonde zoveel mankementen dat nieuwbouw een noodzaak was geworden. Eind 1990 werd de opdracht voltooid en konden we de nieuwe verkoopwagen, gebouwd door Vredeveld verkoopwagens in  Westerbork, in gebruik nemen. Maar we wilden hiermee ook een frisse start en kwamen in contact met van der Sterre Groep in Bodegraven. Een leverancier van top kwaliteit Hollandse Kaas en deze hadden destijds al 'gulden' sporen achtergelaten. Daalderkaas als markt formule bestond al.  Weg met de partijhandel en lonken naar een constante kwaliteit. was datgene waar we voor gingen. Het werd een metamorfose en wat was het spannend om het bestaansrecht wat we hadden zo rigoureus en ingrijpend  te veranderen in alle facetten. Het was een volstrekte ommekeer!

 

Krimpen

Ondanks dat de markten en de winkel doorlopend een goede afzet hadden werd de VOF steeds ouder en kwam er een split. Mijn oom ging de winkel naast de C&A bemannen en mijn vader en broer hielden de markten aan. Dat was in goed overleg prima geregeld! De winkel in Drachten heeft voor ons nog een tijd stand gehouden en werd op een gegeven moment overgenomen door Karin die er na de overname een mooi plakje kaas aan over heeft gehouden  Zij heeft het stokje overgegeven aan Ate die er met Stompetoren kaas begon en die heeft het weer overgegeven aan iemand anders die  de problemen ondervindt van de Corona maatregelen.
Mijn vader heeft gewerkt tot zijn 67e en mijn broer die de zaak zou overnemen haakte af en de Kaasbaron had het zwaard van Damocles boven het hoofd 

 

Oogje in het zeil

Mede doordat in onze saamhorigheid er allerlei ervaringen werden uitgewisseld kwam de zaak op een punt terecht waar er weinig perspectief was voor opvolging. De toekomst onzeker. Ik had al vaker tegen mijn vader gezegd: "als je niet meer kan of wil, verkoop de zaak dan niet zomaar maar geef me een kans!" En die kans is me gegeven

 

Kop dur voor

Zelf was ik in deze tijd niet zo betrokken bij de kaashandel tot op zekere hoogte. Onderling ging het altijd over ondernemen maar naar een 9-tal jaren op de versafdelingen van AH in verscheidene functies, bedrijfsleider in schoenen-, kleding en sportartikelen en na een 11-tal jaren werkzaam in consumenten elektronica werd ik werkloos omdat DIXONS failliet werd verklaard. Ik wil zo graag iets betekenen...........

 

Overname 2010

Ik genoot van een WW-uitkering en zat thuis in Groningen. Na wat tijdelijk werk hier en daar kwam er geen zekerheid van de grond. Mijn vader moest de zaak alleen trekken omdat mijn broer zich terug had getrokken. Mijn moeder hielp hem ook door deze tijd heen. Toen een keer op een maandochtend een bakkie doen bij mijn ouders ontstond er een keerpunt. "Ik heb verder toch niet veel te doen dus als jij het goed vindt ga ik met je mee naar markt en ga je helpen!" En zo tuimelde ik de zaak in en genoot van het zelfstandige marktleven. Ik raakte met mijn ervaring enthousiast en sloeg spijkers met koppen en reorganiseerde alles tot de zaak die we nu zijn!

Hartelijke groeten en graag tot ziens,

Marten  en Corrie